Een weerbarstige praktijk

In de praktijk blijkt het realiseren van deze ambities nog niet eenvoudig. Terwijl technologische ontwikkelingen elkaar in hoog tempo opvolgen, blijft de overheid op sommige gebieden ver achter. Dat ligt niet aan technische complexiteit of een gebrek aan expertise in Nederland. Zo zijn er talloze innovatieve start-ups die oplossingen ontwikkelen voor bestaande problemen. Deze start-ups hebben echter grote moeite om voet aan de grond te krijgen binnen de Nederlandse overheid. De eisen zijn hoog, aanbestedingen complex en de ruimte om te experimenteren is beperkt.

De Nederlandse afreken-cultuur

Dat is enerzijds begrijpelijk. De overheid beheert publieke middelen en moet zich verantwoorden voor iedere euro en iedere beslissing. Maar er is ook een keerzijde. We zijn een cultuur gaan creëren waarin fouten nauwelijks meer geaccepteerd worden. Een incident leidt al snel tot politieke discussie, media-aandacht en reputatieschade.  

Ook dat is deels terecht. Dat er nog steeds inwoners van Nederland zijn die verstrikt raken in kafkaëske situaties, terwijl ze op zoek zijn naar een sociale voorziening waar ze al jaren recht op hebben, is absoluut onacceptabel. Dergelijke systeemfouten moeten zeker aandacht krijgen en verdienen kritiek.

Echter, het is niet goed om collectief op élke slak zout te leggen. Dit belemmert uiteindelijk het innovatievermogen. Mede door deze afreken-cultuur wordt digitalisering binnen de overheid vaak gedreven door risicomijding. Er mag absoluut niets fout gaan. Innovatie, en zeker verdere opschaling, krijgt pas een kans als alles vooraf vaststaat. En juist dat is onmogelijk. 

Samenwerking en noodzakelijke vernieuwing

De opgaven van deze tijd vragen om een publiek-private samenwerking met wederzijds vertrouwen. Vertrouwen om kennis te delen. Vertrouwen om samen te investeren. Maar ook vertrouwen om gecontroleerd te experimenteren en te accepteren dat niet iedere pilot direct een succes wordt. Zonder die ruimte leren we niet, en zonder leren innoveren we niet. Dit vraagt ook van de samenleving als geheel om ruimte te geven voor fouten en mislukkingen. 

Als Nederland werkelijk inwoners uit de knel wil helpen en werk wil maken van digitale autonomie, datagedreven werken en een betere (proactieve) dienstverlening, dan moeten we anders naar innovatie kijken. Niet vanuit de vraag hoe we alle risico's kunnen uitsluiten, maar vanuit de vraag hoe we gezamenlijk maatschappelijke waarde creëren. Die maatschappelijke waarde bereik je stap voor stap, door kort-cyclisch te falen en daarvan te leren. 

De grootste bedreiging voor de digitale overheid is namelijk niet dat er af en toe iets misgaat. De grootste bedreiging is dat we uit angst voor fouten stoppen met noodzakelijke vernieuwing.